zaterdag 3 mei 2014

iconisch

Rome is in mijn leven gekomen. Het begon met het zien van La Grande Belezza, die liefdesverklaring aan Rome, aan de schoonheid. Daarna trok de film Roma van Fellini aan me voorbij, een heel ander Rome, maar een al even overtuigende liefdesverklaring. Een paar weken daarna kocht ik het boek Classical Art, from Greece to Rome in de kringloopwinkel. Hierin worden kunstwerken uit de oudheid aan de hand van hun perceptie in verschillende tijdperken geanalyseerd. Een verfrissende kijk, waaruit blijkt dat er niet één oudheid is maar vele. Imitatie is het sleutelwoord van het boek. De Griekse beeldhouwkunst beïnvloedde de Romeinse kunst, maar de Romeinse kunst beïnvloedde op zijn beurt weer de Grieken. In de renaissance werden voor het eerst beelden uit de oudheid gerestaureerd. Wat is er nog origineel aan een Romeinse kopie van een Grieks beeld dat in de renaissance gerestaureerd is? Het woord authentiek verliest hier zijn betekenis. Er is geen authentieke oudheid, alleen manieren waarop de oudheid geïnterpreteerd wordt. Het is een kringloop zonder begin of einde. Verder is het verhelderend en een tikje ontluisterend om te lezen hoe vergankelijk de reputatie van kunstwerken kan zijn, afhankelijk van modes en zienswijzen; hoe tijdgebonden de canon is. 

Voorin het boek staat het onderste plaatje, een schilderij van G. A. Panini uit c.a. 1755 getiteld Roma Antica. Ik ben gaan googelen en op internet vond ik een andere versie van dit schilderij, schijnbaar een paar weken daarvoor of daarna geschilderd door dezelfde Panini. (Het plaatje meteen hieronder)



Zoek de verschillen. De schilder neemt op beide schilderijen een iets ander standpunt in en ook zijn een aantal schilderijen verschoven. Verder lijken dezelfde mensen afgebeeld, alleen dragen ze andere kleren. Panini heeft zichzelf, al schilderend, afgebeeld: hij kopiëert een beroemd fresco, de Aldobrandini-bruiloft. Wat me aan beide schilderijen fascineert is dat ze gaan over kunst. De perceptie van kunst. En niet zomaar kunst, maar de bron, het voorbeeld voor alle kunsten: de oudheid. Want behalve een zelfverwijzend werk is het in de eerste plaats een geschilderde catalogus, een canon van de oudheid. De gedroomde kunstcollectie. En ook is het een zelfportret van de schilder die zichzelf waarschijnlijk tussen vrienden heeft afgebeeld. Bevriende kunstverzamelaars en/of collega's. En behalve dat het een uitbeelding is van een wereld die louter uit kunst en cultuur bestaat, toont het een veel beoefende praktijk in de schilderkunst uit die tijd: het kopiëren van de oude meesters. In de 18e eeuw was kunst vooral een ambacht. Imiteren was creëren.

Naast de uitbeelding van een kunstcollectie hebben beide schilderijen de functie van een catalogus van topstukken en monumenten, een catalogus van uitzichten. Daarmee zijn het culturele reisgidsen, Baedekers avant la lettre. Rome, The Grand Tour, hoorde bij de culturele bagage van een ontwikkeld mens. In hun barokke opeenstapeling van beelden zijn beide schilderijen pogingen om de stad Rome toe te eigenen, draagbaar te maken. Wat is er mooier dan een Rome in je eigen paleisje, een Rome in je eigen salon?

Zelfverwijzing en het Droste-effect zijn niet van de lucht.

Die barokke opeenstapeling van beelden doet eigentijds aan als je de tierlantijnen eromheen even vergeet.  Ik moest denken aan de televisiemuur in de mediamarkt, of de opeenstapeling van beelden in Sichtbare Welt van Fischli en Weiss. Het grote verschil is dat de schilderijen van Panini een tempel van de muzen laten zien, een voorloper van het museum. Het ademt verhevenheid. Geloof in klassieke waarden. Het is een architectonisch beeld, een monumentaal bouwwerk: het gebouw van de Cultuur. Bij Fischli en Weiss ontbreekt dat geloof in klassieke waarden: de (kunst)wereld is gecorrumpeerd (denk aan de moord in het museum in Der geringste Widerstand). Er is geen canon. De ironie overheerst. We bevinden ons in een andere ruimte. Niet meer in een tempel maar buiten in de moderne jungle. Het bouwmateriaal is geen marmer; het is afval, wegwerpmateriaal, banale gebruiksvoorwerpen. De muze is niet langer verheven maar aards en even ongrijpbaar als het leven zelf.

donderdag 1 mei 2014

kwajongensvernuft

Het werk van het kunstenaarsduo Fischli en Weiss heeft iets cartoonesk. Een kinderlijk plezier in het maken -en het vernielen- van dingen. De inventiviteit van Buurman en buurman. Dat geldt voor hun meest bekende werk, Der Lauf der Dinge, een half uur durende kettingreaktie van rollende autobanden, spectaculaire chemische reakties en veel vuur. Deze tour de force wordt wel vergeleken met een Rube Goldberg-machine, naar de cartoonist die bekend is van zijn ingewikkelde machines die iets simpels uitvoeren.
uit de serie: Airport

Cartoonesk is ook hun parodie op een krimi, Der geringste Widerstand, een korte film vol knullige special effects, waarin ze als detectiveduo, Rat en Beer, een moord in de kunstwereld oplossen. Ze spelen twee klunzen die zich met geweld binnendringen in de kunstwereld, niet gehinderd door enige kennis van zaken maar wel vol snobistische vooroordelen. De kunstwereld wordt op de hak genomen. Het getuigt van zelfspot om in de film twee brutale snobs te spelen. De film is behalve grappig, poëtisch. Dat blijkt tijdens een scene waarin ze staan voor het zwembad van een huis (van een kunstverzamelaar) waar ze binnengedrongen zijn. We horen ineens een zwoele vrouwenstem: 'Hallo is jemand da? Ich bin das gepflegte Leben, die Eleganz... Du kennst mich gut. Ich bin der Tanz und die Extase. Aber auch das Ausschlafen und Liegenbleiben. Ich bin die Schönheit und der Stil. Ich bin die nicht enden wollenden Gartenparty. Ich bin der Champagner aus dem Damenschuh. Der Napf aus dem du frisst. Ich bin die Freiheit mit der du spielst.. Ich bin das Vergnügen ohne Grund. Ich bin die Zeit die zur Ferfügung steht. Ich bin der geringste Widerstand...' Op de achtergrond klinkt weemoedige pianomuziek.  De raadselachtige monoloog van de vrouw is op te vatten als kunstzinnig manifest. De muze spreekt. Of de geest van de muze? Met dit poëtisch intermezzo doorbreekt het duo eens temeer de conventies van de krimi. Natuurlijk ís dit geen echte krimi, de verhaallijn is te absurd en ook de karakters passen eerder in een Jiskefet-parodie. Verder zijn de dialogen bij vlagen te filosofisch, gaan teveel over kunst. De krimi is een vorm waarin Fischli en Weiss de wonderlijke fabel vertellen van de zoektocht van twee anti-helden (cq. zichzelf) naar het geheim van de kunst. 

Over Fischli en Weiss wordt vaak gezegd dat hun werk gaat over het alledaagse, het banale, -en er is zeker fascinatie voor het alledaagse-, maar Der geringste Widerstand laat vooral zien hoe het banale en het sublieme bij Fischli en Weiss met elkaar vervlochten zijn. 

Hun vrolijke anarchisme roept herinneringen aan Dada op. Toeval of niet, zowel Dada als Fischli en Weiss komen uit Zwitserland.

De vreugde van het nabootsen is een constante in hun werk. Dat is duidelijk zichtbaar in de postapocalyptische openingsscene van Der geringste Widerstand. We zien de camera gaan over een op schaal nagebouwde Amerikaanse stad, opzettelijk klungelig nagemaakt, duidelijk van karton. Dreigende muziek zwelt aan. De camera zoomt in op een enkel verlicht raam van een flat. Een telefoon rinkelt. We bevinden ons in het appartement van Rat die in bed ligt. Een ventilator blaast lucht in zijn gezicht. Een grote spin hangt van het plafond boven het bed te bungelen. Het avontuur kan beginnen. Een dubbele nabootsing: de maquette als nabootsing van een Amerikaanse stad en de nabootsing van de kunstgrepen van een krimi. 

Vanuit de stadsjungle naar de natuur. Een niet-opgemaakt bed is met een paar ingrepen omgetoverd in een berglandschap. Banaal en subliem in één oogopslag. Kijk eens hoe prachtig dramatisch de belichting is. En hoe het kussen rechts de Matterhorn lijkt voor te stellen. Verwijst ook naar alpenkitsch. Moet denken aan de berglandschappen die ik als kind boetseerde van een bord met boerenkool, jus en plakjes worst. En natuurlijk aan de kabelbanen die mijn broer Ruurd door het hele huis liet lopen. 


In den Bergen


Het plezier in het nabootsen, het parodiëren, is ook te zien in de Wurstserie, het eerste werk van het duo. Onder andere branden, auto-ongelukken en modeshows worden hier met aanstekelijk plezier nagespeeld met worsten. Als je dit ziet weet je: zonder de TV met zijn bombardement aan nieuwsbeelden was dit werk ondenkbaar. Ik vind onderstaande foto erg ontroerend. Waarom? Ineens zie je hoe kwetsbaar onze wereld is. Van karton, satéprikkers. Het noodlot is een baldadig, spelend kind. Het lachwekkende maakt het extra ontroerend. Het is wreed en intiem. 

uit de Wurstserie



Dezelfde aanstekelijke mengeling van dramatisch en melig heeft de serie Plötzlich diese übersicht. Hierin worden uiteenlopende taferelen, opzettelijk knullig, in ongebakken klei nagebootst. Zie onderstaande scene. Het zou een Fokke en Sukke cartoon kunnen zijn. De serie lijkt een soort catalogus van anti-emblemata

Mick Jagger en Brian Jones, helemaal bevredigd nadat ze 'I can't get no satisfaction' gecomponeerd hebben. 


Dat catalogus-achtige heeft zeker ook de serie Sichtbare Welt. Deze fotoverzameling is een encyclopedie van beelden. Een poging om de gehele wereld in een beeldarchief te ordenen. 


sichtbare Welt

De rol van de zwaartekracht. Zowel letterlijk als figuurlijk speelt een aantal van hun werken met de zwaartekracht. In letterlijke zin is dat het geval bij de Lauf der Dinge, en meer indirect bij de fotoserie Airports. (bij deze laatste is er een link naar de nagespeelde kleitaferelen). De serie equilibres, waarbij de meest banale gebruiksvoorwerpen geassembleerd zijn tot halsbrekende evenwichtsconstructies.


equilibre

De tegenstelling zwaar-licht krijgt een nieuwe betekenis in hun serie Tate, waar ze hun complete atelier schaal 1:1 nagebouwd hebben, -met maniakale precisie nagemaakt-, van beschilderd tempex. Ik zag deze installatie in 1993 in het museum Boymans van Beuningen. In combinatie met de installatie Fragen. Geprojecteerde vragen op een muur in een donkere zaal. (Waarom gebeurt er nooit niets? Zijn er geen grenzen aan het onmogelijke? Leeft de vrijheid? Zou er uit mij iets anders hebben kunnen worden? Is mijn domheid een warme mantel? Zou ik een goede Japanner zijn?) De combinatie van deze vragen-installatie met het minutieus nagemaakte atelier heeft iets droomachtigs, je wordt ondergedompeld in een onwerkelijke sfeer, een sfeer van ondragelijke lichtheid. 
De wereld is bij Fischli en Weiss het decor van een filmset, een verzameling miniatuur theaters, een playmobiel spel, een speeltuin voor chaos en entropie, een hallucinerende beeldengalerij, een koortsachtige droom: dramatisch, lachwekkend, poëtisch en vergankelijk. 

'En plotseling kan dan pop en bal/ laat herinnerd u laten weten/ dit was ik en dat was het heelal.' (Lucebert: Poëzie is kinderspel) 


Tate (fragment). In meerdere opzichten een nabootsing. Verwijst behalve naar de eigen chaotische kunstpraktijk (als bijna perfecte imitatie van een rommelig kunstenaarsatelier) ook naar eerder werk: de met alledaagse gebruiksvoorwerpen nagebootste stadslandschappen. Bijvoorbeeld de stadsjungle in het begin van de film Der geringste widerstand




woensdag 30 april 2014

De strijd tegen de insecten

Een vliegendicht pak voor vee in een door tse tse besmet gebied van Rhodesia 
Veeziekte en slaapziekte worden beide door de tse tse vlieg verbreid, waarmee groote streken van Oost-Afrika besmet zijn. Om korthoornige stieren van de Unie van Zuid-afrika door den tse tse vliegengordel naar Noord  Rhodesia te brengen om daar veeboerderijen met inheemsche koeien te beginnen, werd het merkwaardige experiment gedaan om het dier helemaal in het khaki te kleeden en de oogen, hoornen, neus en hoeven die bloot waren met wagensmeer te besmeren. Ze liepen alleen 's nachts, wanneer de tse tse vliegen minder veelvuldig zijn.

maandag 28 april 2014

F28 Cargo transport


Palletizeted cargo up to 8.5 tons is easily "swallowed" by the new Fokker F28 Mark 1000C transport aircraft. Aerolinas Argentinas ordered five and will be the first operator.

vrijdag 18 april 2014

praatje

Gisteren, aan de Oudegracht. Een gedrongen man van middelbare leeftijd met een schort voor, van Broodje Mario, staat te praten met Quadir, de eigenaar van de telefoonwinkel. 'ik ben even op bezoek bij de buren' reageert hij als hij me met de bundel post in mijn arm de winkel ziet binnenkomen. 'Moet kunnen' is mijn commentaar. ' Ja, tegenwoordig is dat niet zo gewoon, een praatje met de buren. Meneer, ik heb de mentaliteit in de 30 jaren dat ik hier aan de Oudegracht sta, zien veránderen... Het is tegenwoordig ieder voor zich' . Hij kijkt me aan met felle ogen. Ik vertel hem over wat me een paar dagen geleden overkwam. Een man, ook aan de Oudegracht, vroeg me de weg naar restaurant Oudaen. Dat was makkelijk uit te leggen. Waarop hij me omstandig bedankte en me vertelde dat de een na de ander 'nee' had gezegd op zijn beleefde opening 'mag ik u iets vragen?' De man van Broodje Mario reageert met afschuw. 'En hij zag er niet eens uit als een zwerver' zeg ik. 'Al wàs hij een zwerver!' is zijn reaktie. Dat moet ik, enigszins beschaamd, beamen. 'Maar gelukkig is niet iederéén zo', zeg ik met theatrale overdrijving, gelukkig zijn er nog mensen zoals wij, die nog wèl een praatje willen maken. En het zal je nog verbazen hoeveel prima mensen er rondlopen'. De man legt vriendschappelijk zijn arm op mijn schouder. Hij gaat verder op gedempte toon: ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar het zijn vooral de jongeren die zo zijn. Ik beaam dit met de bedenking: ' Maar wij zijn ook jong geweest. Waren we toen ook niet zo? Zijn we niet gewoon oud en was vroeger alles beter? De man van Broodje Mario wil er niet aan.